Een artikel uit de Vogelvrijefietser.

18 december 2012

Azor, vooroorlogse kwaliteit.


Dure racefietsen en mountainbikes kun je al langer op maat laten maken. Maar een custom made stadsfiets? Dat was ongebruikelijk. Jan Rijkeboer van Azor uit Hoogeveen maakt stevige stadsfietsen op maat. Ze verkopen goed. Ook in het buitenland, want Azors blijken ideale fietsen voor Amerikanen met overgewicht.

Jan Rijkeboer tart alle wetten van de fietsindustrie. Hij doet niets aan marketing of marktonderzoek, leunt niet op goedkope productie uit China en bekommert zich amper om het uiterlijk van zijn fietsen. Ook is bijna niet één fiets die van de productielijn rolt hetzelfde. Toch verkoopt hij veel. Zoveel zelfs dat hij niet weet of hij nog wel aan de vraag kan voldoen. ‘Ik hoop dat we het allemaal nog kunnen bijsloffen.’

Details
Nadat hij bij Union en Rivel had gewerkt, richtte Rijkeboer tien jaar geleden Azor op. Op het eerste gezicht lijken zijn fietsen niks bijzonders. Het geheim van het succes schuilt in de details. Rijkeboer: ‘Over elk onderdeel heb ik nagedacht.’ Bij het beoordelen van onderdelen heeft de nuchtere Rijkeboer een voorkeur voor rigoureuze testmethoden: zo gooit hij koplampjes een keer of zeven hard op de betonnen vloer. Als het koplampje het dan nog doet, mag het op een Azor gemonteerd worden.
Tijdens een rondleiding door de productiehal wijst Rijkeboer telkens onderdelen aan en legt uit waarom hij juist voor die onderdelen heeft gekozen. ‘De spatborden laat ik verzinken voordat ze gespoten worden. Ik snap niet waarom andere fabrikanten dat niet doen. Het kost namelijk niet zoveel, maar voorkomt wel het roesten van het spatbord. Ik gebruik ook goede lagers en zoveel mogelijk roestvrijstalen onderdelen. Ook ben ik niet zuinig met vet.’

Zware fietsen
Voor de achterwielen kiest Rijkeboer ‘bromfietsspaken’. Maar jammer genoeg passen die dikke spaken in geen enkele versnellingsnaaf. Dan moet de naaf maar aangepast worden, vindt Rijkeboer. Elk spaakgaatje wordt handmatig uitgeboord. Een bewerkelijk klusje, maar het levert wel een stevig wiel op. ‘Tachtig procent minder spaakbreuk’, aldus Rijkeboer. Alleen met de velgen zit Rijkeboer nog een beetje in zijn maag. ‘Ik zou het liefst veel dikkere stalen velgen op mijn fietsen willen hebben, maar die worden niet gemaakt.’ Hij is waarschijnlijk één van de weinige fabrikanten die zwaardere velgen zou willen. ‘De trend is dat de fiets veel lichter moet worden. Ik vind dat onzinnig. Nederland is een vlak land en het gewicht doet er dan eigenlijk niet zoveel toe. Voor de oorlog waren fietsen veel zwaarder, maar ook veel beter en daardoor gingen ze langer mee.’

Maatwerk
Rijkeboer was eigenlijk helemaal niet van plan om extra sterke fietsen te maken. Hij produceerde eerst fietsen die net zo goed waren als die van Sparta, Batavus en Gazelle, maar dan voor een lagere prijs. ‘Op een gegeven moment heb ik de fietsenmakers gevraagd of ik mijn fietsen goedkoper of juist beter dan de concurrenten moest maken. Goedkoper hoefde niet. Ze hadden het liefst een betere fiets, met een gunstige prijs-kwaliteitverhouding.’ De fietsenmakers kwamen met meer verzoeken. ‘De ene wilde het voorlampje op een andere plek monteren, de ander wilde weer een stevigere bagagedrager. Toen heb ik maar besloten dat ik al mijn fietsen custom made moest gaan maken.’

Koninklijke Marine
En dat betekent dat je je Azor-fiets helemaal zo kunt samenstellen als je zelf wilt. Leuk is dat op de productielijn aan veel fietsen een kaartje hangt waarop de naam van de toekomstige eigenaar staat. Je kunt ook onderdelen weglaten. ‘Als je nooit in het donker rijdt, waarom zou je dan verlichting moeten hebben? Dat is jammer van het geld.’ Wie het wil, kan een dure naafdynamo van 48,50 euro laten monteren of een simpele traditionele dynamo van 12,10 euro. Als je geen ringslot wenst, dan vindt Rijkeboer dat ook prima. De prijzen kunnen door de verschillende keuzes uiteenlopen. De Toronto kost met de goedkoopste terugtrapnaaf 495 euro. En met de duurste versnellingsnaaf 1529 euro. Dat het met de kwaliteit wel goed zit, blijkt uit zijn klanten. De Koninklijke Marine bestelt zijn fietsen bij Azor en de witte fietsen op de Hoge Veluwe, die het elk jaar zwaar te verduren hebben, komen ook uit Hoogeveen.

Retro
Als je door de bedrijfshal van Azor loopt, trekken de vele verschillende framekleuren de aandacht: er hangen knalroze, gifgroene en opvallend veel matzwarte frames in de rekken. ‘Die kleur is in de mode, vooral in combinatie met witte banden.’ Rijkeboer laat me twee matzwarte omafietsen zien, die er inderdaad uitzien alsof ze uit oma’s tijd stammen, compleet met een kettingkast waar nog lakdoek overheen gespannen moet worden. De techniek - rollerbrakes en versnellingsnaven - is overigens wel van deze tijd. Het frame oogt ouderwets, maar is ook aangepast. De buizen zijn wat groter, waardoor het frame stijver is en niet zo zwabbert zoals bij veel omafietsen. De stalen frames laat hij in België maken. ‘Het is ietsje duurder dan in China, maar ik wil zoveel mogelijk in Europa bestellen.’ Het is praktisch, want de spuiterij ligt ook in België. ‘Die is tien keer duurder dan de Chinezen, maar wel twee keer beter.’ Om het verschil te tonen, hamerde Rijkeboer op beurzen altijd met een stalen pijp op zijn frames. ‘Dan had ik al snel een man of twintig om me heen staan en kon ik meteen vertellen waarom de poedercoating van mijn fietsen er niet afspringt bij harde klappen.’

Fietsgekke bankmanager
De frames ontwerpt Rijkeboer zelf. Hij laat zich inspireren door fietsen – waarvan sommige al zeer oud zijn - die hij lekker vindt rijden. Frames tekenen en alles wat met fietsen te maken heeft indertijd bij Union geleerd. Na de MTS doorliep hij daar de bedrijfsschool. Op alle afdelingen heeft hij gewerkt. Van ontwikkeling tot frames bouwen en uiteindelijk bij de serviceafdeling: ‘daar leer je verschrikkelijk veel van’. Vaak dacht Rijkeboer dat de productie en de organisatie beter en slimmer konden. ‘Maar zo’n jong knulletje, daar luistert toch niemand naar. Ik ging na een tijdje met tegenzin naar mijn werk.’ Hij maakte daarom de overstap naar Rivel in Surhuisterveen. ‘Daar was het een verschrikkelijke puinhoop, maar men was wel zeer gemotiveerd.’ Die fabriek ging failliet en werd overgenomen door Union. Het personeel werd ontslagen. Toen besloot Rijkeboer om zelf maar een fietsenfabriek te beginnen. Geld lospeuteren was lastig. Met een zelf in elkaar gelastte productielijn als onderpand en het vertrouwen van een fietsgekke bankmanager lukte het om te beginnen.

Grote steden
Al snel merkte Rijkeboer dat vooral in de grote steden zijn fietsen in de smaak vallen. ‘In dorpen heb je vaak maar één fietsenmaker en die is tevreden met de fietsen die hij verkoopt. In grote steden is meer concurrentie en willen fietsenmakers wel eens iets anders proberen.’ In de grote steden zijn volgens Rijkeboer ook meer mensen die veel mee willen nemen op de fiets en daarom een robuust model nodig hebben. Bagagerekjes zijn zeer in trek.
Het succes van zijn onderneming is opmerkelijk. Met een bescheiden productie van 10.000 fietsen per jaar heeft Azor niet het voordeel van schaalgrootte en inkoopkortingen. Voeg daarbij dat het maken van Azors arbeidsintensief is, want op bijna iedere fiets moeten weer andere onderdelen gemonteerd worden. Hoe kan hij zich staande houden naast de bekende en grote merken met uitgebreide dealernetwerken en dure reclamecampagnes? ‘Het belangrijkste verschil tussen Azor en de grote merken is dat de meeste mensen hier sleutelen en niet op kantoor zitten. De verhouding is nu: één op kantoor en tien aan het sleutelen. Bij grote fietsmerken is dat één op twee.’ Ook aan vormgeving en marketing, waar Sparta, Gazelle en Batavus veel energie en geld insteken, is Rijkeboer niet echt veel tijd kwijt. ‘Aan het eind van het jaar kijk ik welke twee kleuren slecht verkopen; die gooi ik er dan uit en twee nieuwe kleuren komen er weer bij. Van de kleuren die het goed doen, bestel ik wat meer.’

Overgewicht
Aan marketing doet Rijkeboer voorlopig echt helemaal niets, want de vraag is nu al bijna niet bij te benen. Klanten komen vanzelf naar hem toe. Een derde van zijn productie gaat naar het buitenland. Voor Amerikanen met overgewicht blijken de Azors ideaal. ‘Die mensen moeten bewegen van de dokter, maar kunnen niet gaan lopen omdat ze dan last krijgen van hun gewrichten. Op een mountainbike en een racefiets passen ze niet.’ Op een stevige stadsfiets van Azor - die 200 kilo kan torsen - kunnen ze wel comfortabel rijden. ‘We verkopen ook omafietsen en bakfietsen in Florida. Dan staan mensen op straat raar te kijken naar zo’n bakfiets. Het is voor hen net alsof er een ufo landt.’

Klaverjassen
‘Ik kan ook merken dat er veel fietsen naar grote Europese steden gaan. Ook daar worden de binnensteden drukker en voller en kom je er met de auto niet meer door. Na de aanslag in Londen verkochten we ineens veel fietsen.’
Ook al neemt de vraag toe, uitbreiden wil Rijkeboer niet. ‘Ik vind het wel mooi zo. Het moet niet te groot worden, want ik wil nog wel elke vrijdagavond kunnen klaverjassen in het café.’

Tekst: Michiel Slütter (artikel uit 2007)







Deze website gebruikt cookies om het bezoek te meten, we slaan geen persoonlijke gegevens op.